Huisduiner kerkje
leeuwtje Huisduiner kerkje
houten toren Nieuwe kerk
Nieuwe kerk, thans de Ambassade vanaf de gracht genomen
Nieuwe kerk ligt aan het Helders kanaal
pastorie Nieuwe kerk
Nieuwe kerk
als een kerstkaart

Huisduinerkerkje en Nieuwe kerk

Al stamt de kerk uit lang vervlogen tijden en is het telkens weer opnieuw opgebouwd naar een gelijke vorm op dezelfde plek, toch is het Huisduinerkerkje niet het oudste van Den Helder. Opgetrokken uit hout werd het iedere winter afgebroken om het zoveel mogelijk te beschermen tegen opstuivend zand en woeste golven nadat het in 1599 zo was ondergestoven dat het niet meer gered kon worden. Wel is bekend dat in 1506 Cornelis Hendriksz. pastoor was op Huisduinen en in 1513 de kerk gewijd werd aan de beschermheilige der zeevarenden Sint Nicolaas. Tot aan 1550 behoorde het kerkje tot de eigendommen van de bisschop van Utrecht en de eerste officiële afbeelding stamt uit 1553, maar het duurde tot 1896 eer het in steen werd opgetrokken en dat geldt als de datum waarop het kerkje werd gebouwd. Wel staan in de kerk nog verscheidenen zaken uit vroegere tijden zoals de twee koperen kandelaars uit 1650, het scheepsmodel uit 1797 en de klok, gemaakt door de Amsterdamse loodgieter Goebel Sael, dateert uit 1537. In 1851 werd het kerkje op een ondergrond van steen gezet. Vandaag de dag wordt het kerkje ook gebruikt  als trouwlocatie, kleinschalige optredens en exposities.

De Nieuwe kerk aan de Weststraat, recht tegenover de poort van de oude Rijkswerf, is inmiddels de oudste kerk in Den Helder en werd gebouwd door architect J. Borst uit Den Helder en ‘Timmerman aan het Nieuwe Diep’ de heer H. Leeuwen. De eerste steen werd gelegd op 21 juli 1838 door Ds. J. Koltong en de kerk werd op 1 december 1839 in gebruik genomen. De Nieuwe Kerk is inmiddels de oudste kerk van Den Helder. De zogeheten grote zaal kerk werd gebouwd met subsidie van Waterstaat, vandaar waterstaatskerk, naar een ontwerp van waterstaatsopzichter H.H. Dansdorp. De houten toren was een ontwerp van architect C. van der Ster. De meest bekende predikant aldaar was wellicht Piet Paaltjens die hier predikte van 1862 tot 1864 en zijn werken ‘De Sinterklaasvertellingen’ en ‘Oera-Linda boek’ schreef. In de tweede wereldoorlog werd de kerk getroffen door een neerstortend vliegtuig maar de schade kon gelukkig worden hersteld. In de jaren ’70 werd de kerk afgestoten door de Hervormde kerk en aangekocht door de Volle Evangelie Gemeente. In 1990 ging de kerk over naar de evangelische gemeente De Ambassade.

Wist u dat..

..een gevleugelde uitspraak van Pieter Paaltjens was: “Wie nooit vlak aan zee gewoond heeft, weet eigenlijk niet wat of waaien is”.
Deel dit verhaal:
Petrus en Paulus kerk
Petrus & Paulus kerk aan de Kerkgracht
Petrus en Paulus kerk tijdens renovatie
toren na restauratie in 2015
pastorie
Interieur Petrus & Paulus kerk
glas in loodramen P&P kerk
Petrus en Paulus kerk vanaf Postbrug
tuin
Kerk naast de P & P kerk

Petrus & Paulus kerk en de afgescheidenen

In 1837 werd de Israëlische kerk aan de kanaalweg in gebruik genomen, deze kerk is er nu niet meer, in tegenstelling tot de Petrus & Pauluskerk aan de Kerkgracht, gebouwd tussen 1839 en 1840. Aannemer van de Petrus & Paulus kerk was de heer H. Leeuwers, maar de bouw van de pastorie werd aan de gebroeders Janzen gegund. De kerk werd ingewijd door Baron van Wijkersloot op 10 oktober 1840 en Pastoor J. van Gent werd aangesteld, in 1863 opgevolgd door pastoor W. Huyg. In de Petrus & Pauluskerk hangt nog steeds de Kruiswegstatie van Jan Dunselman. Jan schilderde met andere kleuren dan zijn grote voorbeeld Joseph Ritter van Führig en verwerkte afbeeldingen van bekenden in zijn schilderingen. Op de achtste statie staan de Helderse pastoor Brinkman en de kapelaans Bots, Scheffer en Koxhoorn, op de dertiende statie staat zijn moeder met broer Jacob en bij de graflegging zien we Jan zelf met zijn vader. Andere werken van Helderse kunstenaars in het kerkje zijn van glazenier Jan Dijker en (wand) schilder Lambert Simon.

De Gereformeerde kerk van de afgescheidenen maakte zich los van het starre stramien van de Staatskerk en deed haar intrede in 1840 . Matroos en latere smid van de Rijkswerf Willem Coenraad Würst hield zijn eerste preek op 11 april tussen de koeien in de stal van weduwe Lobé aan de Kanaalweg. De boerderij lag tegenover de huidige Postbrug. Burgemeester Jan in ’t Velt verzette zich hevig tegen de samenkomsten van deze opstandelingen en deelde menig boete uit, want het was bij wet verboden met meer dan 19 personen samen te scholen zonder toestemming van het stadsbestuur en van meet af aan waren de afgescheidenen groter in aantal. Ook burgemeesters Lette en Stakman Bosse staken er een stokje voor, maar het mocht niet baten. Het duurde nog tot 1862 eer de gereformeerden een eigen kerkgebouw konden laten bouwen, de Bethelkerk aan de Kanaalweg. Eveneens werd in deze periode een aanvang gemaakt met de bouw van de Nieuwe kerk op het Westplein, door bouwmeester Piet Quant ter vervanging van de Hervormde kerk die van 1679 tot 1830 op de Konijnsberg stond. Ds. B.G. Clement legde hiervoor de  eerste steen op 9 november 1845. In 1853 werd de doopsgezinde kerk gebouwd aan de Kerkgracht. De Westerkerk werd in 1876 opnieuw gebouwd nadat het was afgebrand en werd in de tweede wereldoorlog afgebroken voor de Atlantikwal.

Wist u dat..

..op de Protestantse kerk een haan staat, die refereert aan Petrus die Jezus zou verloochenen voordat de haan drie maal had gekraaid.
Deel dit verhaal:
Jan Dunselman
Links moeder van Jan met zijn broer
Jans vader (rode jas) daarchter Jan
glas-in-loodramen
schildering Petrus en Pauluskerk

Jan Dunselman schilderde zijn geloof

Jan werd geboren op 15 augustus 1863 aan de Bassingracht als oudste zoon van bakker Dunselman en Anna Hoogenbosch, hier  woonachtig sinds 1860. Hij kreeg acht broertjes en zusjes, niet ongebruikelijk voor een zwaar rooms gezin. Jan ontpopte zich op jonge leeftijd tot een groot tekentalent en mocht naar de school van ‘de maatschappij tot Nut van het algemeen’. Hij kreeg les van de bekende tekenleraar Johan Coenraad Leich (1823 – 1890), die eveneens les gaf aan het instituut voor de marine en later de titel ‘Stadstekenaar’ kreeg vanwege zijn tekeningen en schilderijen van schepen en enkele historische werken van de Oranjes. Naast tekenen ging het schilderen Jan ook heel goed af. Zijn vader was kerkmeester en zat in het kerkbestuur van de Petrus & Pauluskerk. Mede door zijn invloed kreeg Jan op 23 april 1880 een tentoonstelling in de kerk met zijn eerste kruiswegstatie bestaande uit veertien schilderijen. De toeschouwer betaalde 25 cent entree dat ten goede kwam aan het nieuwe Rooms katholieke weeshuis naast de Zusterschool in Den Helder. De tentoonstelling duurde twee dagen. Zijn grote voorbeeld was Joseph Ritter van Führich, een religieus schilder. Jan ging naar de academie voor beeldende kunsten in Antwerpen, kreeg in 1883 uit handen van de Gouveneur van Antwerpen de ‘grande medaille d’or, prix d’excellence’, als beste van de 34 leerlingen en een jaar later in 1884 deed hij mee met de prestigieuze prijs de Grand Prix de Rome, een uit 1817 stammende prijs voor eindexamen- studenten. Hij deelde de eer met J. Looy waarmee hij twee jaar lang op reis ging en werk maakte dat tentoongesteld werd in de Rijksacademie van beeldende kunsten te Amsterdam waar in 1886 Koningin Emma de tentoonstelling bezocht. Jan vestigde zich in Amsterdam en maakte onder andere een kruiswegstatie voor de Petrus en Pauluskerk in Leidschendam.  In 1887 leverde Jan ook werk voor de Nijverheidstentoonstelling in Den Helder, waaronder een heel mooi portret van zijn ouders. Zijn grootste opdracht was de Kruiswegstatie voor de Sint Nicolaaskerk te Amsterdam met diverse muurschilderingen. Zijn vijftien jaar jongere broer Cornelis Albertus, roepnaam Kees, studeerde aan de Rijksacademie te Amsterdam. Later trok Cornelis bij Jan in, die zich als leermeester over hem ontfermde. Jan overleed op 16 januari 1931 op 68 jarige leeftijd en werd begraven op de algemene begraafplaats te Diemen.

Wist u dat..

..de katholieke kerk te herkennen is aan een kruis en/of bol op de kerk, de symbolen voor het christendom.
Deel dit verhaal:
achtkantig kerkje
thans apartementen
Kerkje hoogstraat naast cafe list
orgel kerk Hoogstraat
interieur kerkje Hoogstraat
aanbouw kerk Hoogstraat
oorspronkelijke bouwplan OLVOO kerk
OLVOO kerk visbuurt
OLVOO kerk - Jan in 't Veltstraat
zijaanzicht OLVOO kerk
vooraanzicht OLVOO kerk

Achtkantig kerkje, Hoogstraat en OLVOO

Op de hoek Westgracht – Breewaterstraat werd in 1855 voor de Evangelisch Lutherse Gemeente een achtkantig kerkje gebouwd. Reder en scheepsmagnaat J. Th. Zur Mühlen betaalde de gebroeders Janzen 16.000 gulden om het naar ontwerp van De heer Bollee te bouwen met op het dak een zogeheten lantaarnkoepel. In augustus 1856 werd de kerk ingewijd. De aanhang werd steeds minder en in 1880 werd de kerk opgeheven en verkocht aan bakker M. Witsenburg die in de pastorie ging wonen en het kerkje gebruikte als graanpakhuis. Sindsdien kende het verschillende eigenaren, als laatste het expeditiecentrum van de familie Van der Eijk, die het verkocht aan de Gemeente. In 1991 werd het overgedragen aan woningstichting Nieuwediep voor het realiseren van appartementen die op 20 april 1995 in gebruik werden genomen.

Het Oud Gereformeerde kerkje in de Hoogstraat 86, gebouwd in 1878 naar ontwerp van architect M. Daalder, was meer een kerkzaal dan een kerk. De eerste evangelist was Willem Shock, die een gedenksteen plaatste op het kerkje bij de officiële ingebruikname op 3 november 1878. In 1983 werd een stukje aangebouwd om de consistoriekamer (vergaderkamer kerkraad) te vergroten. In 1999 scheidde de kerk zich af en werd een Hersteld Hervormde Gemeente. Na een restauratie in 2003 fungeert het vanaf 2011 als bijbelhuis.

De OLVOO (Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangenis) kerk werd gebouwd op grond die pastoor Brinkman kreeg van Clara Janzen- Meijer en haar zwager Johannes Stephanus Janzen. De 1ste steen werd gelegd op woensdag 4 augustus 1875, kostprijs 700 euro, voor een groot deel opgebracht door de familie Janzen, met de eis dat de ingang van de kerk te zien was vanaf de brug vanuit de haven naar de Visbuurt zodat men wist wat een godvruchtig gemeenschap hier woonde. De Amsterdamse bouwmeester Theodorus Asseler ontwierp de kruiskerk, waarvan alleen het middenschip is gebouwd door Cornelis Vlaming. Op 8 juni 1876 werd de kerk gewijd door deken Schweitzer. De kerk stond aan de Gravenstraat dat werd omgedoopt in Kerkweg. Op 5 juni 1887 veranderde het bij besluit van de gemeenteraad in Jan in ’t Velststraat.  Voor kapelaan en koster werden twee huisjes gebouwd naast de kerk die in 1919 werden vervangen door de pastorie. Op 24 oktober 1989 besloot bisschop Bomers van het bisdom Haarlem dat de kerk moest sluiten. De laatste kerkdienst was op 24 juni 1990 en makelaar Stok deed de verkoop.

Wist u dat..

..de Lutherse kerk een haan heeft als verwijzing naar de uitspraak van Johannes Hus 'over 100 jaar zal een zwaan zingen', dat daarmee het symbool werd van Luther.
Deel dit verhaal:
Cornelis Breet, bijgenaamd 'Zaliger' 1835-1916
Originele bouw Maranatha kerk
voordeur Maranathe kerkje
Maranatha kerkje Visbuurt

Bakker Breet en Maranathakerkje

Cornelis Breet  werd geboren op 27 oktober 1835 in Den Helder, als zoon van de smid Aarjen Cornelis Breet en Diewertje Hopman. Het bakkersvak leerde de jonge Cornelis van zijn oom en hij vestigde een bakkerszaak op de Spoorgracht in de Visbuurt. Op 30 april 1857 trad hij in het huwelijk met Maartje Haremaker uit Winkel, met wie hij  vier dochters en twee zonen kreeg. Maartje overleed op 48- jarige leeftijd (1883) en liet Breet met de zorg voor zes kinderen achter. Dat was voor een man met een druk bedrijf geen doen en hij hertrouwde enkele weken later met Margrietje Visscher uit Elburg, waarmee hij nog een dochter en een zoon kreeg. Cornelis was zeer begaan met de nood in de Visbuurt, maar al die moderne vrijzinnigheid van de 19de eeuwse hervormde kerk vond hij niets. Liever predikte hij de aloude leer. In een aanbouw naast de bakkerij begon hij een zondagsschool voor kinderen. Het bezorgde hem de bijnaam ‘Zalige Breet’. Al gauw werd de aanbouw te klein en verrees een klein houten gebouw achter zijn woning voor de evangelische bijeenkomsten, welke op 24 oktober 1869 werd geopend. Breet wist echter zo boeiend te vertellen, dat steeds meer mensen zijn diensten bijwoonden en een echt kerkje noodzakelijk werd. Hij kocht het stuk grond van 600 vierkante meter tegenover zijn bakkerij en liet er een stenen kerk bouwen, met de naam “De Heer zal terugkomen!” De letterlijke betekenis van de Marnathabeweging die sinds 1866 in Nederland veel navolging kreeg door de inzet van Johannes de Heer en heilig geloofde dat de wederkomst van Jezus nabij was. Op 18 april 1879 legde zijn vader de eerste steen en 20 juli 1879 werd het kerkje officieel in gebruik genomen. Na zijn overlijden op 24 februari 1916 was er niemand die hem opvolgde en werd het kerkje een kolenpakhuis van brandstofhandelaar Kikkert. In 1930 werd het evangelie opnieuw gepredikt in het kerkje door Hendrik Kraak dat toen ‘het kerkje van Kraak’ werd genoemd. In 1977 verkocht  mevrouw Kraak het kerkje aan de gemeente en sindsdien huisvestte het onder andere de Helderse Historische Vereniging en een peuterspeelzaal. Vanaf september 2015 is het in gebruik door Belangenvereniging Visbuurt en huisvest het een tienerkamer en het maandelijkse spreekuur van wijkconciërge en de wijkagent.

Wist u dat..

..de torenspits op grote kerken een symbool is van macht, het verwijst naar de vorm van een speerpunt en verkleint de afstand naar de hemel.
Deel dit verhaal: